Stappen in Staphorst
Ergens in Nederland ligt een klein dorp waar het
christendom regeert. Staphorst: de broedplaats van het christendom, het
Balkenende walhalla. ChristenUnie en de SGP waken er over de wetten.
Hetgeen inhoudt dat er op zondag niet gefeest wordt. En een feestelijke
zaterdagavond verandert om twaalf uur in een zondag. De dag des Herens.
Het is zo’n zaterdagavond. We kunnen geen kant meer op. We gaan stappen
in Staphorst. Keten met de zwarte kousen kerk.
We zijn een beetje verdwaald. Op een lange landweg is er opeens een bord dat zegt dat we niet verder mogen. We keren, om vervolgens tegen een echte Staphorsteriaan aan te rijden. Hij legt ons vriendelijk uit waar we moeten zijn en vraagt of we hem anders niet een lift kunnen geven. Wij zijn vriendelijke meisjes (en durven vooral geen ‘nee’ te zeggen. Een feit waardoor we ongetwijfeld een keer verkracht gaan worden) dus we nemen hem mee. Vergezeld door een gezellige bierkegel en een stevig accent legt hij ons uit hoe we er komen. Eerst vraagt hij ons even te stoppen om iemand op te halen. ‘Stop maar bij dat burgerhuisje daar.’ Een burgerlijk huis? Neenee, een burgerhuis. Hij legt ons uit: in Staphorst wonen burgers en boeren. Burgers hebben burgerhuisjes en boeren boerderijen. En zo simpel is het. Wij vragen hem hoe een normale zaterdag van de Staphorsteriaan er uitziet. Eerst ga je naar de keet, vertelt hij. Dat kan van alles zijn, een schuur, een zolder of een stacaravan. Daar wordt ’s middags gedronken. Wat ’s nachts niet kan, begint eerder al. Elke vriendengroep heeft zijn eigen keet. Sommigen zijn zo populair dat ze commercieel geworden zijn. ‘Er is hier een hele populaire. Daar mogen de meisjes niets drinken en jongens slechts twee biertjes.’ Hij kijkt er bedenkelijk bij. ‘Na de keet kan je naar een café gaan, of naar de Kisteman.’ En dat is wat wij ook gaan doen. Naar Kisteman, de grote discotheek, midden op het platteland.
Het is er loeidruk. Van alle kanten komen mensen aangelopen of
gefietst. Bij de ingang controleert een oudere man ieders
identiteitsbewijs. Een bord bij de garderobe wijst je de weg:
'Nederlandstalig: Piratenbar, dj Gert; Eighties, in de kelder: dj
Joop'. Voor elk wat wils.
De baas van deze uit de kluiten gewassen taveerne heet, heel
toepasselijk, Henri Kisteman. Een degelijke man die al dertig jaar in
Staphorst woont. ‘Ik ben niet echt van de zwarte kousen nee.’ Maar hij
kent ze wel. Sterker nog, hij heeft er dagelijks mee te maken. Ze
zorgen ervoor dat zijn discotheek vroeg moet sluiten, dat de kids, zijn
klanten, zaterdagavond moeten slapen. Kisteman: ‘Kinderen groeien hier
op, maken het VMBO af, gaan in de bouw en blijven bij hun ouders wonen
tot ze trouwen. Tot die tijd maakt moeder de regels. Zondag naar de
kerk. Moeders gaat ook voor kindlief naar de stembus en dat kan de
kinderen eigenlijk niets schelen. Het valt me vaak op hoe weinig de
jongeren met politiek bezig zijn. Als ze klagen dat wij te vroeg
dichtgaan – kwart over een – dan vraag ik of ze stemmen. Als ze stemmen
kunnen ze er iets aan doen, dan kunnen ze de regels die hier gelden
veranderen.’
Bij de ingang is het dringen. Stoere jongemannen pakken de
jassen aan van hun meisjes, waarvan er geen enkele blote schouders
heeft. Geen allochtoon te bekennen. Komen die hier niet? ‘Nee, daar
hebben wij nooit last van. In andere discotheken, in Zwolle
bijvoorbeeld, komen ze wel. Maar hier zou dat echt niet goed gaan. Er
zijn hier nooit problemen. Als het sluitingstijd is, is het
sluitingstijd. En daar doen de jongeren het mee.’ En wat vind de
plaatselijke geestelijkheid van al deze zondigheid? ‘Oh, de dominee
komt wel eens langs, om te zien wat de kinderen doen. Hij vindt het
fantastisch.’
We spreken een groepje meisjes aan. ‘Ja, ik ga voor twaalf uur naar huis. En morgen zit ik weer in de kerk. Mijn ouders vinden het niet zo leuk dat ik uitga, maar ze kunnen me ook niet tegen houden.’ Op de vraag of haar ouders het erg zouden vinden als ze in een kort rokje uit zou gaan, kijkt ze ons raar aan. ‘Mijn ouders zouden het erg vinden als ik in een broék zou lopen.’ Wij kijken even dommig. ‘Een rokje hoort. Ik heb heel mijn leven nog nooit in een broek gelopen.’ Ja, natuurlijk. Vrouwen horen geen mannenkleren te dragen. Maar toch. Op de vraag of ze haar naam wil geven voor het interview weigert ze. Stug en heel wantrouwig vraagt ze een paar keer wat voor blad we dan zijn. Dat stugge blijkt een beetje de tendens. Als we iemand iets vragen wordt er keurig antwoord gegeven, maar veel meer is het ook niet. Willen ze niet langer uitgaan? Ach, de schouders worden opgehaald. En geloven ze in God? De een na de ander ontwijkt de vraag omzichtig. Alsof het iets is om je voor te schamen. Waarom zijn we hier, vragen de feestgangers zich af. Wat boeit het twee Amsterdammers, wat wij hier doen? Onder de honderden bezoekers verspreidt het nieuws zich snel: er zijn twee Amsterdamse meisjes die een artikel schrijven over het uitgaansleven in Staphorst. Dus zo spannend zijn we in ieder geval nog wel.
Net als we beginnen te denken dat de Staphorsters werkelijk zo braaf zijn als ze lijken worden we bruut in alles geknepen waar we geknepen kunnen worden. Een jongen van zestien blijft zijn hand op onze borsten leggen waarbij hij ons zijn vriendelijkste blik gunt. Het bier vloeit, langzaamaan worden de ‘burgers’ en ‘boeren’ steeds vrolijker. We vragen ene Marco hoe hij het vindt om over een uurtje weer naar huis te moeten. ‘Vervelend.’ En wat wil hij er aan gaan doen? ‘Hoe bedoelen jullie?’ Of hij gaat stemmen, hij is immers achttien toch? Hij is zich van geen kwaad bewust. ‘Stemmen, wat heeft dat voor nut? Er verandert toch niks.’ En zo luidt, zoals baas Kisteman al voorspelde, ieders antwoord. Tot half twaalf wordt er rustig gedanst en dan vertrekt de helft van de zaal naar de jassen. Om netjes naar huis te gaan. Te voet, wel te verstaan. Want rijden met drank op wordt hier niet gedaan.
Staphorst is typisch Staphorst en Staphorst zal altijd typisch Staphorst blijven. Er wordt wel uitgegaan, en zijn óók jonge mensen, die lol maken, die verliefd worden Geen gehomo of gelesbo overigens. Marco: ‘Dat is iets verderfelijks.’ De jonge mensen worden oud. En dan gaan ze trouwen, kindjes krijgen en stemmen wat hun ouders stemmen. Na een tijdje worden hun kinderen groot en moeten die ook op tijd thuis zijn. Niets zal er ooit veranderen. En misschien is dat helemaal zo erg nog niet. Er wordt niemand vermoord, niemand doodgereden en niemand verrot geslagen. Buiten staan duizenden fietsen netjes naast elkaar. Een enkel stelletje staat verscholen in de bosjes met elkaar te zoenen om over een jaar of wat te trouwen en dan is de cirkel rond.
Toen.
(1 reacties) Reageer >>

