STRAATATHEïSTEN
FEB 21 2011YOUNES OUAZZANI
7 COMMENTS
Je ziet ze steeds vaker. Bloedfanatieke atheïsten die de straat op gaan om orthodoxe christenen te overtuigen van de gedachte dat zowel God als Jezus een product van de mens is. Hun doel is duidelijk. Zij zouden religie bestrijden zoals wij het terrorisme bestrijden.
Het enge is dat je ze nooit ziet aankomen. Straatatheïsten komen vanuit je rug. Geruisloos, zoals je een kerk binnen loopt tijdens een mis die al is begonnen. Op de meest rare momenten zit je met zo’n malloot op een doorgeneukt matrasje te filosoferen over de zin van het leven. Figuurlijk dan.
Ook Karel Kruizenruiker is geobsedeerd met het atheïsme. Elke vrijdag is hij te vinden in diverse stationshallen in Amsterdam om de forensmens te vertellen dat God niet bestaat, zoals een vader zijn dochter vertelt dat hij de cadeautjes in haar schoen heeft gelegd.
Afgelopen vrijdag was Karel actief op station Amsterdam Centraal. Als een sluipschutter probeerde hij een potentieel slachtoffer in het vizier te krijgen. Peng! Hij had iemand te pakken. Een grauw uitziende man. Slechte huid, met bloed doorlopen ogen en een scheef gebit. Perfect.
Ongemerkt liep Karel op zijn prooi af. Het was meer sluipen dan lopen. De reiziger wachtte op zijn trein richting Kampen. In de tussentijd was hij bezig met het typen van een sms. Hij zag Karel niet aankomen. Inmiddels stond Karel pal achter de reiziger. Hij drukte zijn lippen tegen het oor van de reiziger en fluisterde. ‘Geloof jij in God?’
De man schrok en draaide zich om. Een verwilderde blik. ‘U staat wel erg dichtbij. Of ik in God geloof? Jazeker, ik geloof in Onze Lieve Heer. Streng christelijk om precies te zijn.’ De reiziger lachte beleefdheidshalve en deed een stap naar achteren. ‘Mag ik u vragen waarom u in iets gelooft wat u nooit concreet heeft kunnen ervaren? Kunt u mij God laten zien, net zoals ik u mijn geslachtsdeel kan laten zien?
Voordat de reiziger antwoord kon geven knoopte Karel zijn broek open, ritste zijn gulp naar beneden en wurmde zijn penis uit zijn onderbroek.
‘Kijk! Dit is echt, u mag hem aanraken als u daar behoefte aan heeft. Of moet ik het soms schriftelijk bevestigen, zoals de Bijbel het christendom confirmeert?’
Een indringende geur van opgedroogd sperma bereikte de neus van de reiziger. De man keek weg, maar had in een oogopslag een ernstige vorm van scheeruitslag rondom het geslacht van de ketter geconstateerd.
‘Meneer, doet u alstublieft uw broek weer aan. U kunt God niet vergelijken met uw penis. Bovendien, onbewezen a priori hoeft nog geen illusie te zijn. Geloven is wat mij betreft een soort onderbuik gevoel. Een houvast. Dat kun je verder niet uitleggen.’
De reiziger merkte dat hij zijn stem begon te verliezen. De onzekerheid sloop erin. Dat zag Karel, die rook naast zijn eigen zaad ook de geur van een overwinning.
‘Ha, het geloof een onderbuikgevoel? Weet u hoe het voelt als je de houding van een hond moet aannemen? Als een donkere man jouw middel beet pakt en met terugwerkende kracht zijn enorme geslacht bij jou naar binnen ramt? Via de achteringang om het zo maar even te noemen. Ik ben toen aan de vaseline gegaan. Het heeft mijn leven veranderd.’
Karel sprak over vaseline als een gierigaard over geld.
‘Leuk voor u’, zegt de reiziger. ‘leuk voor u.’
Hij probeerde vriendelijk te lachen, maar het idee dat Karel een praktiserende homofiel was had hem zichtbaar vervuld met afgrijzen. Voor de reiziger was Karels homoseksualiteit een ziekte. Een aandoening die genezen diende te worden. Karel moest een medicijn krijgen voor zijn seksuele geaardheid net zoals je bij de drogist een middeltje koopt tegen scheeruitslag.
Karel was op drift. Hij bleef maar doorgaan. Het gesprek begon nu wat raar aan te voelen. Alsof een vader zijn zoon uitlegt hoe je een condoom omdoet. Karels seksleven begon de reiziger te irriteren. Sodomie, een term die men vroeger gebruikte voor homoseksualiteit, stond lijnrecht tegenover het geloof van de reiziger. Dat Karel graag anaal verkeer had met volwassen mannen, zoals sommige priesters dat deden met onschuldige kinderen maakte de reiziger misselijk.
De reiziger voelde zichzelf licht worden, alsof hij zijn middageten had overgeslagen. Hij verzamelde al zijn kracht om op te stappen, maar Karel zag nog net de kans om hem de weg te versperren. Hij pakte de man hardhandig bij zijn schouders. Even rook de reiziger het zweet van de straat atheïst. Karel deed hem pijn, maar de reiziger had de kracht niet om zichzelf lost te maken.
‘Meneer, mag ik u voordat u gaat nog een foldertje meegeven? Wij hebben ook een soort kerk. Elke zondag zijn we geopend en iedereen is welkom. Ook u.’
De reiziger bekeek de flyer. Er stonden twee naakte mannen op afgebeeld. Een donkere man en een roomblanke jongen. Het geslachtsdeel van de donkere man was bewerkt tot een echt kruis welke half in de reet van de blanke jongen was gepropt. Boven de handeling stond de tekst: ‘WE ARE NOT SICK!’
De reizende Bijbel kon een hoop hebben, maar je moest een gelovige niet in zijn kruis trappen. Dit ging te ver. Een beetje humor mocht best van God, als je maar geen mensen beledigt. Behalve de ongelovigen en de homoseksuelen dan.




READER COMMENTS
Feb 21 2011
Ik ben zelf gelovig, maar ik accepteer iedereen om mij heen. Ongeacht hun religie of seksuele geaardheid. Desalniettemin is het buitengewoon goed geschreven en weet je een heel goed punt aan te kaarten.
Feb 21 2011
Dit is echt ziek.
Feb 22 2011
WOW, een enorme uithaal naar de christenen. Keihard in hun kruis. Zullen ze leuk vinden...denk dat ze geen ballen meer over hebben.
Feb 24 2011
Dit vind ik wel heel geestig geschreven. Met vriendelijke groet, God.
Feb 25 2011
Geweldig geschreven younes! Altijd met een geslachtsdeel haha.
Mar 02 2011
Lieve god , bij deze wil ik u een vraag stellen.... als u homosexuelen niet accepteerd, waarom bestaan ze dan? Groetjes je moeder.
Mar 04 2011
God is een klootzak
LAAT EEN BERICHT ACHTER