POESIE MOET EEN PRIK
JUN 01 2011VALENTIJN DE HINGH
3 COMMENTS
Misschien komt het omdat andere mensen er zo’n intense hekel aan hebben, dat ik juist extra veel geniet van wachtkamers. Het maakt niet uit of het bij de dokter is, in het ziekenhuis of bij de tandarts: zodra er gewacht moet worden maak ik er een dagje van. Ik zorg dat ik ruim van tevoren aanwezig ben, een makkelijke broek draag en er een zak M&M's in mijn tas zit. Ik neem een kop slappe koffie uit de automaat, zak onderuit op een oncomfortabele stoel en snuif de steriele geur op. Ik vind het heerlijk om de mensen te observeren, vooral als ze zich niet op hun gemak voelen. En laat de wachtkamer daar nou de uitgelezen plek voor zijn.
Zo heb je bijvoorbeeld mensen die er alles aan doen om zo zacht mogelijk te kuchen of alleen binnensmonds te jammeren van de pijn. Want dat is toch het toppunt van schaamte, als de andere patiënten aan je merken dat je ziek bent! Andere mensen daarentegen maken er geen geheim van dat er iets aan ze mankeert. Luidkeels verkondigen ze klachten als krakende rugwervels, schilferige oksels en pussende plasbuizen aan iedereen die het horen wil. Weer andere mensen vinden zichzelf te zielig om te wachten. Die herken je meteen. Vanaf het moment dat ze binnenkomen zetten ze het op een ongeduldig zuchten en na tien minuten flippen ze hem compleet tegen de assistente aan de balie.
Maar waarom die hekel? Misschien vervelen mensen zich wel in de wachtkamer. Ik snap niet waarom, want er is een hoop te doen. Tijdschriften in wachtkamers zijn bijvoorbeeld fascinerend. Want waarom hebben die nooit hun eigen omslag? Ze zijn altijd voorzien van zo'n nietszeggende leesmapcover, waardoor je van tevoren niet weet of je nou een gedateerde Margriet of een gedateerde Flair van tafel grist. Ik denk sowieso dat maar weinig mensen begrijpen dat oude tijdschriften veel leuker zijn dan nieuwe. Er is niets dat me met meer vreugde vult dan om hartje zomer in een stikhete dokterspraktijk te lezen hoe ik mijn kerstboom hip en trendy moet optuigen. In een Fancy van twintig jaar geleden ontdek ik dat je van slikken niet zwanger wordt (gelukkig, kan ik weer naar huis).
Meestal ligt er ook wat voorleeslectuur voor kinderen klaar, om ze voor te bereiden op wat komen gaat. Deze goedbedoelde boekjes dragen titels als Nijntje bij de Tandarts en Poesie moet een Prik, en allemaal vallen ze binnen hetzelfde narratieve kader. Poesie moet naar de dokter voor een prik. Natuurlijk schijt Poesie zeven kleuren in zijn kattenbak, maar de dokter blijkt een vriendelijke man te zijn, het griezelige ding om zijn nek is slechts een stethoscoop, en na het prikje (dat heus geen pijn deed) krijgt Poesie een schrikbarend grote lolly. Dit alles om het kind duidelijk te maken dat je niet bang hoeft te zijn voor 'die doodenge meneer' die je zometeen zal gaan onderzoeken.
Ondanks de boekjes wil een kind het vaak alsnog op een oorverdovend krijsen of een tactisch gemikt projectielbraken zetten. Voor dit soort taferelen leg ik mijn leesmaptijdschrift maar al te graag opzij. De moeder probeert haar kind wanhopig tot correct wachtkamergedrag te manen; haar gevoel van machteloze schaamte is voelbaar. Nerveus kijkt ze rond om te zien of de andere patiënten het merken, en sist ze haar bloednerveuze kroost toe dat ze zich niet moeten aanstellen. De andere wachtenden werpen de moeder en de blèrende vrucht van haar schoot afkeurende blikken toe. Ik geniet met volle teugen van de verbroken rust, die zichzelf organisch lijkt te vermengen met de groeiende irritatie van de andere patiënten. Ach, waarom neemt iedereen het die arme vrouw toch zo kwalijk? Kan zij er wat aan doen! Als ze later groot zijn komen die kinderen er vanzelf wel achter: de wachtkamer is het fijnste wat er is.

Illustratie: Spunk Redactie, met dank aan Liza Wolters



READER COMMENTS
Jun 01 2011
valentijn je bent mijn heldin, je schrijft zo leuk!
Jun 02 2011
Jun 02 2011
Daar stond een emohartje voor jouw stukje, maar dat kon de site blijkbaar niet aan.
LAAT EEN BERICHT ACHTER