GEBRUIKSAANWIJZING
AUG 24 2011YOUNES OUAZZANI
5 COMMENTS
“Zo broeder, nu doe je wel aan de ramadan, maar ik heb net even in je afvalbak gekeken en wat is dit? Een schoenlepel, goudkleurige hotpants en een anusklem? Is meneer soms naar de Gay Pride geweest?”, vraagt de islamitische conciërge op paternalistische toon aan mijn collega, terwijl hij tegelijkertijd gebiologeerd aan het kruis van deze hotpants ruikt. Een penetrante geur, wat een mengsel lijkt te zijn van seks en ontlasting, bereikt het reukorgaan van de conciërge. Vreemd genoeg lijkt de conciërge deze geur niet onprettig te vinden.
Mijn collega denkt terug aan de Gay Pride. Aan de wild dansende homoseksuelen in leer en olie. Hij herinnert zich een man die daar door een andere man met een enorm apparaat van achteren werd bediend. Een ding ter grootte van een brandslang. Hij lacht bij de gedachte, maar meer om het feit dat ook zij zichzelf konden zijn in een vrij homofobische maatschappij, en richt zich dan weer tot de conciërge.
“De ramadan is zwaar broeder, daarom zoek ik afleiding. Ik probeer alleen mezelf af te leiden van de honger. Als ik dat kan doen door lusteloos met een schoenlepel op de billen van andere mannen te slaan tijdens de Gay Pride, dan doe ik dat,” zegt mijn collega geduldig, maar vastberaden.
De conciërge kijkt mijn collega misprijzend aan. Het is duidelijk dat dit idee hem vervult van afgrijzen. “Wie ben jij broeder? Is het de djinn die jou deze woorden influistert?”
Mijn collega lacht alsof het een grappige vraag is. “Ik deed juist iets goeds, broeder. Ik sloeg ze onophoudelijk op hun anus, zo hard mogelijk. Ik ging door tot ze aambeien kregen. Op deze manier probeerde ik hen pijn te doen en zo mijn steentje bij te dragen. Dat is toch wat veel gelovigen willen? Het beest dat de homoseksueel heet pijnigen.”
De conciërge denkt na, maar hij kan niet op de juiste woorden komen. Uit onmacht begint hij zijn gezichtsspieren te masseren. Het is een handeling die hem meer tijd geeft om tot een gepast antwoord te komen.
“Je zoekt de grenzen op binnen het geloof, broeder. Je drijft de spot met ons. Waarom houd je je niet aan de regels zoals ik dat doe. Ik ga elke dag naar de moskee, ik bid. Ik doe echt mijn best om een goede moslim te zijn.”
Kennelijk is een goede moslim iemand die ritme nodig heeft. Handelingen waarover je niet hoeft na te denken waarom je ze doet, dat biedt houvast. Voor de conciërge hoeven mensen het wiel niet opnieuw uit te willen vinden, ze moeten gewoon voortborduren op dat wat al is uitgevonden. De reproductie hiervan maakt deel uit van een stabiel en gelukkig bestaan.
“Ik houd me aan de regels van de islam, maar iedereen doet dat op zijn eigen manier. Als ik zo nu en dan tijdens de ramadan keihard tegen mijn eikel wil pieken zoals tegen een knikker, puur om de honger te temperen, dan is dat toch niet verkeerd? Maakt mij dat slechter dan iemand die hele dagen slaapt om de honger enigszins te drukken?”, vraagt mijn collega vriendelijk. Maar ook een vriendelijke vraag kan een belediging zijn.
De conciërge kijkt hem uitdrukkingloos aan. Het wordt hem te veel, dat zie je.
“Je gaat echt te ver, broeder. Let op je woorden. Allah is overal, hij kan ons horen.”
Blijkbaar heeft de conciërge het gevoel betrapt te worden door iets, wat voornamelijk ontstaan lijkt te zijn door de kracht van het geweten.
“Broeder, het geloven op zichzelf kent vele verschijningsvormen. Jouw interpretatie is niet de mijne en andersom. Interpretaties dicteren vaak hun eigen waarheid. Als pathetische gelovigen dan wel ongelovigen iets in hun hoofd hebben, zijn het net autisten. Ze blijven hun ongenoegen net zo lang voor zich uit schreeuwen tot ze hun zin krijgen. Krijgen ze dit niet, dan worden ze ongelukkig of boos. Daarom zie ik morele bemoeienis meer als een symptoom van twijfel dan dat het getuigt van het zijn van een goede moslim.”
“Ongelukkig? Broeder, de islam is een ideaal dat mij als gegoten zit. Het is een maatpak. Ik ben een goede moslim en ik houd me aan alle regels van de islam. Alleen dat maakt mij al gelukkig.”
De conciërge geeft niet op. Hij probeert mijn collega te overtuigen om het overtuigen. Het niet kunnen overtuigen van mijn collega ziet hij als een vernedering. Een nederlaag voor het geloof.
“Jij bent een slechte moslim, je houdt je niet aan de regels van de islam,” tutoyeert de conciërge. Alsof het zijn van een goede moslim hetzelfde is als het volgen van de gebruiksaanwijzing van een boekenkast van de IKEA. Houd je je niet aan alle stappen, dan werkt het niet.

Illustratie: Luciano Latuny



READER COMMENTS
Aug 24 2011
Leuk stuk, broeder.
Aug 24 2011
Haha moslims mogen geen IKEA kasten. Dat is Haram.
Aug 26 2011
Ik krijg hier trek van.
Aug 28 2011
Bijna suikerfeest, nog een paar dagen!
Aug 29 2011
Ik ga heel veel suiker eten tijdens het suikerfeest.
LAAT EEN BERICHT ACHTER