NIEUWER OUDER

BEJAARD IN 2050

OCT 10 2011
HARO KRAAK
7 COMMENTS

“De plakrand was vroeger beter,” zegt mijn opa terwijl hij zijn joint dichtdraait. Dat wist ik, want dat had hij eerder gezegd. Zo rond 2030 zijn ze met een nieuwe variant op de markt gekomen. Dat is nu al twintig jaar terug. Hij is er nog steeds niet aan gewend.

We zitten op het stapelbed. De joint wiebelt tussen zijn lippen terwijl hij hem aansteekt. De top knettert met de eerste hijs die hij neemt. Routineus blaast hij de rook uit via zijn neus. Hoeveel kilo hasj zou hij er al in zijn leven doorheen gewerkt hebben?

 

“Ja jongen, ik weet dat je het allemaal niet wilt horen, maar het is echt zo wat ze zeggen hè. Vroeger was alles beter.” Gaan we weer. “Toen ik jouw leeftijd had, en net was begonnen met werken, dacht men nog dat je je geld terug zou krijgen van al die pensioenfondsen die je moest spekken.” Hij neemt nog een trekje en geeft de joint daarna met een verbeten gezicht aan mij. “Daar lachen ze nu om,” zegt hij terwijl hij uitblaast. “Geld in een bodemloze put gooien, noemen ze dat.”

 

Hij heeft z’n hele leven pech gehad. Althans, dat mag ik geloven. Hij is 76 en net een jaar gestopt met werken. Voordat hij aan het werk moest waren het voorspoedige tijden, en het begint de laatste tijd ook steeds meer aan te trekken. Het heeft even geduurd. Het was bijna vijftig jaar een aaneenschakeling van financiële crises.

 

“Vroeger,” zegt hij, terwijl hij het zakje hasj omhoog houdt, “kostte een gram nog vijf euro. Niks geen yuan, vijf euro.” Hij herhaalt het bedrag, om er zeker van te zijn dat ik het gehoord heb. Alsof ik niet meer weet wat een euro is. “En toen was het ook nog legaal.” Daar had ik ook al eerder van gehoord, op school. Gedoogbeleid, noemden ze dat. Wat het was begreep ik niet helemaal, het klonk een beetje dubbel.

 

“Kunnen we niet een spelletje spelen?”, probeer ik. Opa heeft leuke spelletjes van vroeger—de games uit die tijd zijn echt cool. Niet zo snel en springerig als nu. M’n opa pakt een lichtgrijze plastic rechthoek uit een la en blaast een keer hard in de onderkant. Dat schijnt te helpen bij zo’n oud spel. Dan steekt hij de schijf in het donkergrijze apparaat. Toch raar dat je in zijn tijd voor elke functie een los apparaat had. Internet, games, uitzendingen, films, voor alles een ander kastje. Wat een gedoe.

 

Opa geeft mij een controller. Al snel klinken de gezellig ouderwetse tonen van Nintendo door de kamer. “Mario Kart voor de 64,” zegt opa, “het beste spel ooit gemaakt.” Ik kies Peach, opa gaat voor Yoshi: “Dat is goed voor de kickstart.” De race start en Yoshi schiet voor me uit. Ik probeer hem te volgen maar al gauw staat mijn opa op een ruime voorsprong.

 

“Weet je wat het is,” vervolgt opa zijn verhaal, “toen al onze instituten één voor één vielen—de dollar, de euro, het sociale vangnet, de zorg, de NAVO, ons parlementair stelsel—hebben veel mensen het zwaar gekregen. Opa ook. Er wordt dan al gauw met het vingertje gewezen. Van die heeft het gedaan en die. Maar mensen beseffen niet dat het de normaalste zaak van de wereld is. What goes up, must come down. Denk je dat het bij de Romeinen of Egyptenaren zo lachen was toen de hele flikkerse bende daar in elkaar donderde?” Ik concentreer me op het scherm. Ik heb net een bliksempje gepakt. Ik zal die ouwe eens krijgen.

 

“De geschiedenis leert ons keer op keer: er is geen stijgende lijn. Er zijn cycli.” Opa maakt met zijn controller rondjes in de lucht. “Er bestaat niet zoiets als het toppunt van beschaving, slechts tijdelijke uitschieters. Dat ik hier bij je vader woon, dat kun je mij niet verwijten, het is een terugkeer in de historie. Een eeuw voordat ik leefde was het doodgewoon dat opa en oma en het hele gezin bij elkaar woonden. Later werd dat not done. Nou, ik kan je zeggen: ik zit hier prima.” Hij kijkt even van het scherm op, naar de filmposters aan de schuine muren van de zolderkamer.

 

“The extended family, ook dat is iets wat de Chinezen ons opgelegd hebben. Lekker samenhokken, als een legbatterij.” Ik vraag me af wat een legbatterij is, maar ik bespaar mezelf het verhaal en vraag niks. “En dan zeggen mensen: ja, ik had ze allang zien aankomen, die spleetogen. En ik weet dat jouw moeder er ook één is, dus geen slecht woord over Aziaten, maar dat zijn gewiekste jongens hoor. Keihard werken en niet klagen. Waar dacht je dat dit spel vandaan komt? Die controller in je klauwen is door kleine gele handjes in elkaar geknutseld, bijna zestig jaar geleden. En zie eens: ze werken nog steeds. Ja, die gooks, die zijn niet dom hoor.”

 

Ik zet m’n bliksem in vlak voordat opa de shortcut wil pakken. Het lukt, hij valt zo de schans af. Ik rij over hem heen en heb vrij baan naar de finish. Eerste. “Ach laat ook maar,” zegt opa, “jij zal het niet begrijpen. Jouw generatie heeft nog niks meegemaakt.”

 

Laat hem maar lullen. “Ik heb anders wel ervaring met winnen, terwijl jij al veertig jaar langer oefent.” Triomfantelijk kijk ik naar opa, terwijl ik nog een laatste hijs neem. Hij kan niet tegen zijn verlies. “Ga alsjeblieft slapen,” bijt hij me toe. “En maak me niet wakker als je naar school gaat.” Ik klim het trapje van het stapelbed op. Boven is van mij. “Slaap lekker opa.”

 

READER COMMENTS

Stan
Oct 11 2011

Dus nu is bij voorbaat al beter dan dan.

Mees
Oct 12 2011

Alles is ook gewoon overgenomen door Chinezen ^^

joeri
Oct 12 2011

vet idee man, leuk uitgewerkt!

Laura
Oct 12 2011

Maar.. vroeger was het dan toch juist niet beter?

chris
Oct 12 2011

@Laura: nee, vroeger = nu was het klote. maar dat is het in 2050 nog.

lucas
Oct 12 2011

Geinig bedacht en goed geschreven.

barry
Oct 13 2011

volgens zien mensen ons over 40 jaar idd als een stel losers man:p

LAAT EEN BERICHT ACHTER

Neem de onderstaande code over in het invoerveld

 
 
 
 

FACEBOOK

TWEETS