NIEUWER OUDER

PAPIERTJE

FEB 15 2012
YOUNES OUAZZANI
6 COMMENTS

Sinds kort werk ik noodgedwongen in de horeca. Het is een mediterraans restaurant waar mensen heel leuk buitenlands kunnen doen. Best geinig allemaal, maar dat was nou niet echt iets wat ik voor ogen had toen ik afstudeerde en een papiertje in handen kreeg. 

Ik ben nieuw in dit restaurant en wie nieuw is begint onderaan de ladder. Ook bij deze tent dus. Een lange slanke man van een jaar of 30 werkt me in. Hij is zelfverklaard leidinggevende. Op papier zijn we allebei ‘luikjongens’, maar hij werkt hier langer dan ik. Vandaar. Hiërarchiedingetje. Een luikjongen is trouwens iemand die acht uur lang bij een hol in de muur moet staan om het eten naar de gasten te brengen. Staan we daar, als twee luikjongens op een buik. Om de minuut even gluren of er nog wat uit ‘het luik’ komt. Scheen dat meneer na twee dagen al in staat was om loodzware dienbladen te kunnen dragen. Het zit hem in het bloed, zei hij. Ik knikte. Ook ik weet dat sommige mensen maar voor een ding zijn gemaakt: eten uit een hol van 1 bij 1 trekken.

 

“Weet je wat jij gaat doen? Youssef heet je toch?” 


“Nee, Younes.”  

 

“Precies, Youssef. Jij gaat die grijze krat pakken. Ja, die grijze krat daar.”  


“Die kleine,” vraag ik? 

 

“Nee, niet die kleine. Die grote zei ik toch? Mankeer je wat aan je oren? Zie je hem? Nee? Kijk eens goed. Juist, goed zo jongen. Zo gaat ‘ie goed. Kom op. Even het tempo erin. Dit is de horeca, geen avondvierdaagse voor 80 jaar en ouder.”


De ervaren luikjongen loopt met mij mee richting de kratten. Niet de kleine kratten, maar de grote kratten. Hij beweegt extreem soepel om mij heen en loopt met grote passen. Onderweg gooit een barjongen heel onverwachts een glas onze richting in, maar net voordat het glas mijn hoofd raakt grijpt de luikjongen het glas in een vloeiende beweging uit de lucht. Ik kijk naar hem, hij kijkt naar mij. “Ervaring,” zegt hij lachend. Meneer wil mij laten zien dat hij ervaring heeft en benadrukken dat hij daarom meer is dan ik. Dat voel ik.

 

“Zo. Youssef. Weet je wat jij nu gaat doen? Jij gaat flessen sorteren. Weet je hoe dat moet? Flessen sorteren. Nee? Oké, dan moet je even heel goed luisteren hoe de baas het doet, want ik zeg het maar een keer. Als je gaat sorteren moet je kijken naar de vorm van de fles, begrijp je dat? Bierflesjes hebben een andere vorm dan Fristi-flesjes, en appelsapflesjes hebben weer een hele andere vorm dan Chocomel. Snappen we dat nog? Als je gaat sorteren moet de Fristi bij de Fristi en de bierflesjes bij het bier. Yes? Oké. Begin maar. Ik kom zo kijken of je het goed doet.”


Ik begin met sorteren. Hier is hij de baas. Hij ziet niet dat de afhankelijkheid van geld de overkoepelende manager is, maar ik laat hem in zijn waan. Ik heb geen keus. Mijn papiertje heeft hier geen waarde. Wat hier telt is ervaring en wie ervaring heeft krijgt privileges, al is ervaring niet meer dan routine. Routine, het woord zegt het al. Eentonigheid en een gebrek aan progressie. Even later word ik bij de chef geroepen. Ik doe het niet goed.  

 

“Youssef, kom eens hier. Wat is dit?” De ervaren luikjongen wijst naar een stapel kratten.
Ik kijk, maar ik zie niets.


“Kijk eens goed. Kijk eens daar achter die kratten? Wat zie je daar? Nou? Zeg het maar. Nou? Precies! Chocomel. En wat doen wij met Chocomel? Precies, SORTEREN! Volgende keer beter kijken. Ik zeg het niet nog een keer.” 

 

Het wordt mij duidelijk dat hier werken een vorm van zelfvernedering is. Jezelf laten vernederen en dan stug blijven zeggen dat het werk is. Met mijn staart tussen de benen druip ik af naar het luik. In mijn ooghoeken zie ik dat de ervaren luikjongen het publiek vermaakt met zijn horecaervaring. Hij legt een vork op de grond en trapt erop. De vork vliegt de lucht in en hij vangt het op met zijn handen. De mensen genieten. Er wordt zelfs geklapt. Wat een artiest! En dat zonder papiertje. Terwijl ik naar deze autodidactische horecatijger blijf kijken die nu een lepel in een keer doodstil legt op zijn wreef, komt een andere collega plotseling naast mij staan.


“Waarom werk je hier eigenlijk? Jij hebt toch gestudeerd? Psychologie hoorde ik. Is het daar ook crisis ofzo? Je wilt hier toch niet je hele leven werken?”, vraagt deze jongen.

 

Hij is nog jong. 5VWO schat ik. Heeft zijn hele leven nog voor zich. Ik ben jaloers. Hij wil iets commercieels gaan doen. Niets nobels, gewoon schaamteloos geld verdienen. Wat hij precies wil, weet hij nog niet. In ieder geval geen psychologie. Er dreigt namelijk een nog ergere crisis aan te komen, dus dat begrijp ik. Hij wil niet eindigen zoals ik.  


“Nee, dit is tijdelijk,” zeg ik tegen beter weten in.   

 

READER COMMENTS

Saskia
Feb 15 2012

Haha, heel herkenbaar! Wat een volk die 'horeca tijgers' !

Xanadu
Feb 15 2012

Ohhh snap...welcome to reality I guess...

Aarie
Feb 15 2012

Goeie tekst Youssef.

Aymane
Feb 15 2012

Haha, jij lijkt wel op Nordip van schnitzelparadijs! Geweldig stuk.

Scat
Feb 15 2012

Ik ga echt stuk...

Steve
Feb 15 2012

Echt een heel grappig artikel. Zeer herkenbaar. Ik werk zelf namelijk ook in de horeca.

LAAT EEN BERICHT ACHTER

Neem de onderstaande code over in het invoerveld

 
 
 
 

FACEBOOK

TWEETS