Nee schudden
Steeds minder vaak neem ik advies aan van mensen die ouder zijn. De raad van een dertiger sla ik automatisch in de wind, en als een veertiger iets tegen me zegt laat ik hem zijn zin niet eens afmaken. Ze moeten namelijk niet denken dat ze mij iets te vertellen hebben. Toch kan het nog erger: de generatie van de babyboomers slaat werkelijk alles. Die mensen ontwijk ik op feestjes en laat ik nooit dichter bij komen dan minimaal vijf meter. Mocht ik er toevallig toch één tegen het lijf lopen, bijvoorbeeld als er een uit het toilet stapt en ik net naar binnen moet, dan probeer ik een golf van walging te onderdrukken.
De personen waar ik het nu over heb zijn de zogenaamde 'jaren-zestig-kindjes'. Hun jeugd veilig doorgebracht in de truttigheid van de jaren vijftig en adolescent in de tijd dat de rock&roll opkwam. Het waren deze jongeren die vonden dat er eens een frisse wind door Nederland moest waaien, die altijd rebels wilden zijn en die vooral heel hard tegen de gevestigde orde wilden aantrappen. Met vies lang haar verzetten ze zich tegen hun ouders en verkondigden ze hun vrijheidsideaal van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. Ze waren vernieuwend, revolutionair en overal tegen. En ach, misschien was dat in die tijd ook wel nodig.
Maar hoe komt het dat zoveel jaren-zestig-kindjes het nog steeds hoog in hun bol hebben? Hoe komt het dat zij nog steeds overal tegen zijn, als peuters in de nee-fase? Ogenschijnlijk begrijpen ze niet dat hun tijd van rebellie voorbij is en dat ze niet meer continu voor oproer hoeven te zorgen. Vaak weten ze nauwelijks waar ze over praten, maar overheerst hun zucht om zich tegen de heersende opvattingen te keren. Want dan is alles weer precies zoals vroeger. Toen ze nog helden waren; in gedaantes van provo's en kabouters.
Dat Nederland 'nee' stemt tegen de Europese Grondwet valt te wijten aan de recalcitrantheid van deze geboortegolf. Het moet heerlijk voor ze zijn om, net als vroeger, triomfantelijk de rug te keren naar de autoriteiten. Even wanen ze zich weer op het Spui in hun eigen gecreëerde jeugdcultuur. Het angstaanjagende van deze generatie is dat Nederland er vol mee zit. Ze voeren overal het hoogste woord, hebben vooraanstaande plaatsen in praatprogramma's en vaak in verschillende kranten een column. Ze zijn met zo waanzinnig veel dat ze de doorstroom van nieuw bloed geheel verstoppen. Met hun dikke reet lullen ze maar raak en met hun hese rock-stem proberen ze iedereen te overtuigen van hun gelijk. Ze denken dat ze na zoveel jaar nog steeds de gangmakers zijn en dat zij kunnen bepalen waar het met ons land heen gaat. Hun redeneringen staan altijd haaks op de ideeën en wensen van de nieuwe generatie. Wij zijn nu aan de beurt en willen met onze plannen niet gehinderd worden door gefrustreerde vijftigers die alleen maar 'nee' kunnen schudden.
Gelukkig heb ik de jaren-zestig kindjes door. Ik zal niet meer naar ze luisteren en me nooit meer laten overtuigen. Ze gaan de verpleegsters in de bejaardentehuizen maar voor de voeten lopen. Als de spruitjes worden opgediend, en ze een flashback naar de jaren vijftig krijgen, mogen ze van mij zo vaak als ze willen 'Nee!' roepen. Tot het zover is pleit ik voor het afnemen van het stemrecht van deze mensen. Ook kunnen ze beter geen opiniestukken meer schrijven. Misschien dat de jongeren van nu dan nog iets van Nederland kunnen maken.
Toen.
(2 reacties) Reageer >>

