Concertsnob®
Vol verwachting zwijgt de zaal. De pianist zet zijn vingers op het klavier. Hamertjes met viltjes brengen de snaren aan het trillen, precies lang en hard genoeg om met de trillingen van de strijkers een overweldigend geluid te vormen. Het is niet voorstelbaar dat wat ik hoor door mensen wordt voortgebracht. De pianist, een gedrongen mannetje van in de tachtig, speelt met kinderlijke verrukking op de grote zwarte vleugel. Naar het publiek gekeerd pronkt de cellist met zijn talent. De violen klinken zuiver, de akoestiek is wonderbaarlijk. Musici en instrumenten maken iets dat het menselijke ontstijgt. Menahem Pressler bewijst dat hij de best pianist in de wereld is.
Mijn twaalfjarige broertje en ik luisterden naar het Piano Quintet van Brahms in de Kleine Zaal van het Concertgebouw. Mijn ouders waren verhinderd en hadden hun kaartjes aan ons aangeboden. Door onze aanwezigheid was de gemiddelde leeftijd ongeveer vijftig. Mijn broertje genoot zeker net zo veel van het concert als de hoogbejaarde heer die naast hem zat. Ieder die op onze plaats in de zaal zou hebben geluisterd, ongeacht leeftijd, zou van het concert hebben genoten. Waarom waren wij een jonge uitzondering in een grijze concertzaal?
Ik ben met muziek opgegroeid. Opgevoed zelfs, door een vader die aan iedereen vertelt met welke strijkkwartet hij zou willen sterven. Vanaf mijn geboorte ben ik aan klassieke muziek onderworpen. Als je van huis uit niets daarvan meekrijgt is het zo goed als uitgesloten dat je ooit vrijwillig een klassiek concert bezoekt.
‘Ik vind alle muziek eigenlijk wel leuk,’ hoor je vaak als je informeert naar iemands muzikale voorkeur. Met zo’n algemene smaak wordt het moeilijk ergens echt enthousiasme voor op te brengen. Zo’n uitspraak wijkt weinig af van een afgemeten: ‘ik houd niet van muziek.’ Het aparte is dat er grote moeite gedaan wordt om dit soort mensen toch aan cultuur bloot te stellen. Sterker nog, culturele projecten worden aangepast aan ongeïnteresseerde jongeren. Zo krijg je theatervoorstellingen met een geforceerd populair sausje, schreeuwerige tentoonstellingen zonder inhoud en allerlei vreemde combinaties zoals DJ’s en klassiek geschoolde musici samen ’s nachts in een museum. Alles wordt zo bewerkt dat het ook verteerbaar wordt voor degenen die niet bereid zijn goed te kijken of te luisteren. Al die concessies gaan ten koste van de kwaliteit. Zo’n homeopathische hoeveelheid kunst haalt niets uit. Het is zo hopeloos als bier met limonade.
Het is ook bedenkelijk hoe culturele dingen voor jongeren gepromoot worden. Kijk eens in het tijdschrift van CJP. Kinderkleuren, een overdaad aan Engelse woorden, alles is van een afschrikwekkende vrolijkheid. Blijvende indruk: cultuur is exclusief voor blije alto’s. Het blaadje voor de cultuurminnende jongere staat vol met dreadlocks, piercings op rare plekken, sokken in zuurstokkleuren en gezichten als biologische appeltjes. Het gaat ze allemaal om de buitenkant. Cultuur helpt ze bij hun zoektocht naar een identiteit. Muziek zien ze als een politiek statement. Als je de drempel over bent en zo’n drakerige toneelvoorstelling of een slome poëzienacht bezoekt ruikt het naast je naar ongewassen haar en wierook. Expliciet op jongeren gerichte culturele dingen zijn duf. Alle oorspronkelijkheid is eraf en eromheen zit teveel geschreeuw.
Wil je een waardevolle culturele ervaring dan moet je al die speciale jongerendingen overslaan en je voegen bij de vijftigplussers. Muziek moet los gezien worden van levensstijl. Goede muziek is geen zingeving, troost of bindmiddel. Goede muziek staat op zichzelf. Het gaat om het genie van de componist, het meesterschap van de musici en de kwaliteit van de instrumenten. Brahms heeft geen modieuze pretentie, zijn muziek gaat al eeuwen mee. Ik wil iedereen aanmoedigen naar een goed klassiek concert te gaan.
(92 reacties) Reageer >>

